Ik ben trots op mijn kinderen. Trots hoe ze waardig en volwassen omgaan met de hele situatie.
Tot hier toe was het wat abstract. Ze vatte wel dat vokke heel ziek was, dat het slecht kon aflopen maar zolang het ‘afwachten’ was, was er hoop. 14 dagen geleden hebben ze hem voor het eerst gezien in een kunstmatige slaap en met beademing langs de mond. Het zicht was niet mooi. Vokke had zijn gebit niet in, hij had een neussonde, de beademing en net die dag waren zijn ogen maar half toe. Het was heel confronterend.
De dochter had dan gisteren mijn telefonisch gesprek van de dokter gehoord en huilde en was kwaad omdat we hem lieten doodgaan. De zoon had het gesprek vanuit de badkamer gehoord maar ik moest het niet meer herhalen. Beide wilden vokke nog ‘levend’ zien. De zoon was ook heel overtuigend, desnoods zelfs ’s nachts als het zo ernstig was.
Vanavond zijn we er dan samen heen gegaan. Zo emotioneel dat het 14 dagen geleden was, zo rustig en sereen waren de kinderen vandaag. De zoon bleef het wel op een afstand bekijken en na 10 min. vroeg hij of hij naar de gang mocht. De dochter bestudeerde vokke uitgebreid. Met de tracheastomie was zijn gezicht al wat menselijker en zijn ogen waren (gelukkig) helemaal dicht. Al de machines werden van nabij bekeken en de samenstelling van de sondevoeding werd onder de loep genomen. Ook gaf ze hem tenslotte een afscheidkus op het voorhoofd. Ze begreep niet dat ik (en ook zijn vriendin) de enige waren die hem telkens een kusje gaven. Het voelde toch helemaal niet eng aan.
Ja, ik ben trots op mijn kinderen.



We volgden een tijdje de eedaflegging van Obama. “Alléé,” zegt mijn zoon: “Bush is ontslagen. Nu gaat het gedaan zijn met de oorlogen.”