Neen, wij zijn niet ziek. De kinderen vragen maar wanneer ze eindelijk eens ziek worden. Ze willen ook eens thuis blijven zoals andere klasgenootjes.
Helaas kinders, jullie zijn sterk. Als kleuters en lagere schoolkinderen zijn jullie praktisch nooit thuis geweest wegens ziekte. Hout vasthouden. Ze kennen dus niet het ellendige gevoel van hoofdpijn, misselijkheid, spierpijn, overgeven. Ze beseffen niet dat ze dan helemaal geen goesting hebben om te lezen, tv te kijken of op de DS te spelen. Het is dat ik dat gevoel wel ken. Anders hoopte ik ook stiekem om ziek te worden.
Ooit ben ik wel eens serieus ziek geweest. Ik stond op met barstende hoofdpijn en een lichte temperatuursverhoging. Zo kon ik echt niet werken, ik ben geen mens dat hoofdpijn kent. Met lood in de schoenen de hoofdverpleegster wakker gebeld dat ik niet kon werken. Had medelijden met de oproepwacht die ook uit haar bed gezet werd. Laatste telefoon was naar de dokter voor een doktersbriefje. Kort na de middag was hij er. Ik hoopte dat hij een diagnose kon stellen die mijn afwezigheid rechtvaardigde. Keel, oren, hartslag,ademhaling werden gecontroleerd, mijn hoofd werd naar voor gebogen. Auw!
“Ik ga een afspraak maken met het ziekenhuis,” zei hij: ” ik wil dat er een ruggenmergpunctie wordt genomen.”
“Allée, dokter, zo erg kan het toch niet zijn, ‘t is hoofdpijn dat ik heb en amper koorts.”
Hoofdverpleegkundige opgebeld dat ik naar het ziekenhuis moest voor een ruggenmergpunctie. Vermoeden van hersenvliesontsteking.
Die diagnose werd ook gesteld in het ziekenhuis. Het was nog wel wachten op het resultaat of ze viraal, minder erg, of bacterieel was. Ramp voor mijn directe omgeving waaronder mijn patiënten. Toen werkte ik ook nog full-time en deed ik vervangtoeren, begin dat maar uit te zoeken. Ondertussen kregen mijn man en kinderen al speciale medicatie. Gelukkig bleek het viraal te zijn. Tien dagen kreeg ik Rocephine I.V. Ik voelde me slap en een vod. Toch deed ik manhaftig een poging om alleen te gaan douchen. Dat gaf een gevecht met infuuszak en uitkleden. Het gevecht om terug aan te kleden gaf ik op en belde voor een verpleegster. Een verpleger kwam binnen. Ik was te moe om me preuts te voelen en liet me daarna in een rolstoel terug naar mijn kamer brengen. Nog 4 dagen mocht ik thuis bekomen en dan moest ik terug aan’t werk. Te snel naar mijn goesting, maar al bij al ging het wel.
Het is toch wat anders om langs de andere kant te zijn van mijn werkterrein. Laat mij dan maar werken!